Speciaal onderwijs is voor leerlingen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking. Maar ook voor leerlingen met psychische problemen of gedragsproblemen. Het speciaal basisonderwijs is voor kinderen met lichtere problematiek, die zich in het regulier onderwijs niet optimaal ontwikkelen. Het Samenwerkingsverband adviseert ouders en scholen waar kinderen het beste naartoe kunnen.
Wat is het speciaal onderwijs?
Niet alle ouders weten dat er een verschil is tussen speciaal onderwijs (so) en speciaal basisonderwijs (sbo). Zelfs scholen gebruiken de termen wel eens door elkaar.
Scholen voor so zijn voor leerlingen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking. Maar ook leerlingen met psychische problemen of gedragsproblemen kunnen hier terecht.
Het speciaal onderwijs is verdeeld in vier clusters, namelijk:
Cluster 1 voor blinde of slechtziende leerlingen (visueel gehandicapte leerlingen).
Cluster 2 voor dove leerlingen en slechthorende leerlingen. Maar ook voor leerlingen met ernstige spraakmoeilijkheden en leerlingen met communicatieve problemen.
Cluster 3 voor leerlingen met lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen. Maar ook voor zeer moeilijk lerende leerlingen, langdurig zieke leerlingen met een lichamelijke handicap, leerlingen met epilepsie en meervoudig gehandicapte leerlingen die zeer moeilijk leren.
Cluster 4 voor leerlingen met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen.
In Amsterdam gaat ongeveer één op de twintig kinderen in de basisschoolleeftijd naar het speciaal onderwijs (bijna zes procent in schooljaar 2023-2024). Bron: CBS.
Wat is speciaal basisonderwijs?
Het sbo biedt onderwijs aan leerlingen die zich op het regulier onderwijs niet optimaal ontwikkelen. Het gaat hier om lichtere problematiek dan de problematiek waar leerlingen op het speciaal onderwijs mee te maken hebben. Denk bij lichtere problematiek bijvoorbeeld aan een leerling met een concentratieprobleem, waardoor het leren wordt belemmerd.
In het speciaal basisonderwijs krijgen leerlingen in kleinere klassen les, zodat zij minder prikkels krijgen. Bovendien krijgen zij extra ondersteuning om de onderwijsdoelen te bereiken. In Amsterdam gaat ongeveer één op de vijftig kinderen naar het speciaal basisonderwijs (twee procent in schooljaar 2023-2024). Dit aantal is de afgelopen jaren toegenomen. Bron: CBS.
Verschillen
Sbo en so zijn niet hetzelfde. Er is een aantal duidelijke verschillen, waaronder:
Het speciaal basisonderwijs valt net als het reguliere onderwijs onder de Wet op primair onderwijs (WPO), terwijl het speciaal onderwijs onder de Wet op de expertisecentra (WEC) valt.
Voor het speciaal basisonderwijs gelden de kerndoelen uit de WPO, terwijl voor het speciaal onderwijs de kerndoelen uit de WEC gelden.
Het speciaal basisonderwijs is erop gericht dat zoveel mogelijk leerlingen na groep 8 doorstromen naar regulier voortgezet onderwijs. Lukt dit niet, dan stroomt een leerling door naar een tussenvoorziening (kleinschalig ondersteunend voortgezet onderwijs) of het voortgezet speciaal onderwijs (vso). Kinderen in het speciaal onderwijs stromen daarentegen bijna altijd door naar het voortgezet speciaal onderwijs.
Meer weten over de kerndoelen in het speciaal basisonderwijs? Lees dan: ‘Wat leert mijn kind op het sbo (speciaal basisonderwijs)?’
Passend onderwijs
Het Samenwerkingsverband voor primair onderwijs in Amsterdam adviseert ouders en scholen waar kinderen het beste naartoe kunnen. Een onderwijsadviseur, die onafhankelijk is van de school en het Samenwerkingsverband, kijkt naar de best passende school voor uw kind, in samenwerking met u als ouder. De onderwijsadviseurs zijn verspreid over de verschillende stadsdelen van Amsterdam.
Wilt u in contact komen met een onderwijsadviseur? Ga dan naar de het Samenwerkingsverband. Hier vindt u een lijst met onderwijsadviseurs, hun contactinformatie en de regio waarbinnen ze werken.