De examens bestaan uit een schoolexamen en een centraal examen. Het schoolexamen bestaat uit de toetsen die je in de bovenbouw maakt en meetellen voor je eindcijfer. Het programma van toetsing en afsluiting beschrijft welke toetsen meetellen voor dit cijfer. Het centraal examen is één toets die je in de maand mei of juni maakt. Belangrijkste verschil is dat bij het centraal examen iedereen in Nederland dezelfde toets maakt. Voor het schoolexamen maak je meerdere toetsen. Er zijn nog andere verschillen.
Schoolexamen
Het schoolexamen bestaat uit de toetsen die je in de bovenbouw voor een vak maakt én meetellen voor je eindcijfer. Dit kunnen proefwerken, toetsen en werkstukken zijn. Welke cijfers meetellen beslist het schoolbestuur. Dit wordt jaarlijks voor 1 oktober van het schooljaar vastgesteld in het programma van toetsing en afsluiting. Het programma van toetsing en afsluiting verschilt per school. De volgende onderdelen zijn wel verplicht volgens art. 2.81 lid 2 WVO 2020:
welke onderdelen van het examenprogramma in het schoolexamen worden getoetst
de inhoud van de onderdelen van het schoolexamen
de wijze waarop en de tijdvakken waarbinnen de toetsen van het schoolexamen plaatsvinden, inclusief de herkansing
de wijze van herkansing van het schoolexamen
de regels hoe het cijfer voor het schoolexamen voor een kandidaat wordt samengesteld
Voorafgaand aan het centraal examen hoor je welk cijfer je hebt gehaald voor het schoolexamen (art. 3.15 lid 1 Uitvoeringsbesluit WVO 2020). Als je voor een vak geen cijfer ontvangt, dan ontvang je een beoordeling goed, voldoende of onvoldoende. Dit geldt ook voor het profielwerkstuk (art. 3.14 lid 1 Uitvoeringsbesluit WVO 2020).
Centraal examen
Het centraal examen is het afsluitende onderdeel van het voorgezet onderwijs. Tijdens de 4, 5 of 6 jaar die je opleiding duurt, word je voortdurend voorbereid op dit afsluitende onderdeel. Tijdens het centrale examen wordt al je kennis en je harde werk getest. Het centraal examen bepaalt niet alleen of je geslaagd bent, maar bepaalt ook vaak meer dan de helft van je eindcijfer. Het centraal examen is daarmee voor de meeste leerlingen dan ook vaak een stressvolle tijd.
Verschillen schoolexamen en centraal examen
Belangrijkste verschil is dat bij het schoolexamen het programma van toetsing en afsluiting leidend is (art. 2.81 WVO 2020). De regels voor de schoolexamens, beoordeling en vaststelling van de cijfers verschillen daarmee per school. Er zijn nog meer verschillen. OCO zet een aantal verschillen op een rij:
Schoolexamen
Het schoolbestuur beslist wanneer een examen wordt afgenomen (art. 2.55 lid 1 en 2 WVO 2020)
Afsluiting voorafgaand aan centraal examen (art. 2.55 lid 2 WVO 2020 en art. 2.56 lid 2 WVO 2020).
Sommige vakken maak je alleen als schoolexamen
Centraal examen
Vastgestelde tijdvakken zijn hetzelfde voor alle examenkandidaten in Nederland (art. 2.56 lid 1 WVO 2020)
Regels voor de opgaven op basis van de wet (art. 3.19 Uitvoeringsbesluit WVO 2020)
Beoordeling door examinator (art. 3.21 lid 1 Uitvoeringsbesluit WVO 2020).
Vaststelling cijfer door twee docenten, waarvan één onbekende docent (art. 3.25 lid 1 Uitvoeringsbesluit WVO 2020).
Overeenkomsten schoolexamen en centraal examen
cijfers tellen mee voor het eindcijfer dat de examenuitslag bepaald
in principe bestaat de beoordeling uit een cijfer (art. 3.13 lid 1 en 2 Uitvoeringsbesluit WVO 2020).