Je hebt recht op een tegemoetkoming als je een opleiding volgt in het voortgezet onderwijs en minimaal achttien jaar bent. De tegemoetkoming bestaat uit een maandelijkse basistoelage. je kunt ook nog een aanvullende toelage krijgen. Dit is afhankelijk van het inkomen van je ouders. De tegemoetkoming is altijd een gift. Als je gaat studeren krijg je geen tegemoetkoming meer. Meestal kom je dan wel in aanmerking voor studiefinanciering.
Tegemoetkoming voor schoolkosten
De tegemoetkoming voor schoolkosten ontvang je als scholier als je een opleiding volgt in het voortgezet onderwijs en minimaal achttien jaar bent. Het is een maandelijks geldbedrag waarmee je bijvoorbeeld het volgende kunt betalen:
schoolboeken
busabonnement
treinabonnement
eventueel lesgeld
Je hoeft geen bonnetjes te bewaren of de kosten te verantwoorden. Je bepaalt namelijk zelf hoe je de toelage besteedt. Het is wel bedoeld om scholieren te helpen bij het betalen van schoolkosten.
Recht op tegemoetkoming
Scholieren komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de schoolkosten als zij voldoen aan een aantal voorwaarden:
Leeftijd
minimaal achttien jaar, maar jonger dan dertig jaar (art. 2.3 lid 1 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)
Opleiding
opleiding in het voortgezet onderwijs: vmbo, havo, vwo, mavo, lwoo, praktijkonderwijs, vso of vavo (art. 2.9 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)
* Scholieren die zijn uitbesteed aan het vavo via de Rutte-regeling komen ook in aanmerking voor de tegemoetkoming.
Nationaliteit
je hebt de Nederlandse nationaliteit of een verblijfsvergunning type II, III, IV of V (art. 2.2 lid 1 sub a, b en c Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)
* Soms kan je met een verblijfsvergunning type I of een paspoort uit een ander land in Europa tóch een tegemoetkoming ontvangen. Dit geldt bijvoorbeeld voor scholieren die bij een familielid verblijven en kinderen die zijn geadopteerd.
Hoogte bedrag afhankelijk van situatie
De tegemoetkoming voor scholieren bestaat uit verschillende onderdelen: een basistoelage en een aanvullende toelage. Een scholier moet bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) altijd zelf aangeven welke vormen van tegemoetkoming hij of zij wilt ontvangen. DUO bekijkt of je voldoet aan de voorwaarden, wat jouw woonsituatie is en bepaalt welke toelage(s) je precies ontvangt.
Maandbedrag afhankelijk van woonsituatie
Jouw woonsituatie is van invloed op de hoogte van de basistoelage (art. 4.3 sub a en b Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten). Met woonsituatie wordt bedoeld of je bij je ouders woont of ergens anders (bijvoorbeeld alleen of bij een familielid). Als je uitwonend bent, dan krijg je een hogere tegemoetkoming. Jouw ouders geven daarvoor een verklaring af dat je niet meer thuis woont. Hiervoor gebruik je een formulier van DUO. De basistoelage is geen lening, maar altijd een gift.
Thuiswonend €125,07 (per 1-1-2023)
Uitwonend €291,62 (per 1-1-2023)
Bedrag afhankelijk van inkomen ouders
Het inkomen van je ouders is van invloed op de hoogte van de aanvullende beurs. DUO kijkt naar het inkomen van jouw ouders van twee jaar geleden. Als je broers of zussen hebt die ook voortgezet (speciaal) onderwijs doen en achttien jaar of ouder zijn, dan wordt jouw maandbedrag mogelijk hoger. De aanvullende toelage is geen lening, maar altijd een gift.
Aanvragen
Voldoe je aan de voorwaarden? Vraag dan de tegemoetkoming aan via DUO. Je hebt een DigiD nodig om in te loggen. Als scholier vraag je zelf de tegemoetkoming aan (art. 1.3 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten).
Studiefinanciering
Als je gaat studeren, dan krijg je geen tegemoetkoming meer. Meestal kom je dan wel in aanmerking voor studiefinanciering. Lees meer over studiefinanciering in de artikelen 'Heb ik recht op studiefinanciering in het mbo?' en 'Hoeveel studiefinanciering krijg ik per maand?'